De Koperwiek
Overal in het land werden weer de koperwieken en kramsvogels waargenomen, trekvogels welke in oktober-november ons land aan doen om zich te goed te doen aan de bessen van de hulst en lijsterbes.
Gister keek ik uit het raam en ja hoor, de grote hulstboom die achter onze tuin staat was behoorlijk in beweging van tientallen koperwieken.
Na de foto´s een beschrijving van deze prachtige vogels.
[caption id="attachment_598" align="alignnone" width="4000"]
Zoekplaatje[/caption]





De koperwiek is een kleine lijster, met een opvallende wenkbrauwstreep en opvallende roestbruin/oranje flanken en oksels. De soort is vaak te horen tijdens de trek in oktober/november, als ze 's nachts in grote groepen over de Lage Landen trekken.
Koperwieken zijn vaak te zien in gezelschap van andere lijsters, meestal kramsvogels. Koperwieken zijn wat kleiner dan kramsvogels en hebben een donkere oogstreep, met daarboven een scherp afgetekende witte wenkbrauwstreep. De ondervleugels zijn 'kopergekleurd'. Kramsvogels zijn groter, hebben een grijze kop en grijze stuit, een erg vage wenkbrauwstreep, en witte ondervleugels en oksels. Het geluid van beide is ook anders. Koperwieken maken een hoog langgerekt 'tjiehhh' geluid.
In Noord-Europa is de koperwiek een talrijke broedvogel van naald- en berkenbossen. In de winter trekken ze, meestal 's nachts, naar het zuidwesten. Veel koperwieken blijven in Nederland overwinteren. Wanneer de winter te koud wordt, verlaten ze het land weer en trekken verder naar het zuiden, of verplaatsen ze zich naar de stad, waar het warmer is. Koperwieken komen in Nederland en België alleen om te overwinteren. Broeden doen ze in het hoge noorden.
Gister keek ik uit het raam en ja hoor, de grote hulstboom die achter onze tuin staat was behoorlijk in beweging van tientallen koperwieken.
Na de foto´s een beschrijving van deze prachtige vogels.
[caption id="attachment_598" align="alignnone" width="4000"]
Zoekplaatje[/caption]




Kenmerken
De koperwiek is een kleine lijster, met een opvallende wenkbrauwstreep en opvallende roestbruin/oranje flanken en oksels. De soort is vaak te horen tijdens de trek in oktober/november, als ze 's nachts in grote groepen over de Lage Landen trekken.
Koperwieken zijn vaak te zien in gezelschap van andere lijsters, meestal kramsvogels. Koperwieken zijn wat kleiner dan kramsvogels en hebben een donkere oogstreep, met daarboven een scherp afgetekende witte wenkbrauwstreep. De ondervleugels zijn 'kopergekleurd'. Kramsvogels zijn groter, hebben een grijze kop en grijze stuit, een erg vage wenkbrauwstreep, en witte ondervleugels en oksels. Het geluid van beide is ook anders. Koperwieken maken een hoog langgerekt 'tjiehhh' geluid.
Verspreiding en leefgebied
In Noord-Europa is de koperwiek een talrijke broedvogel van naald- en berkenbossen. In de winter trekken ze, meestal 's nachts, naar het zuidwesten. Veel koperwieken blijven in Nederland overwinteren. Wanneer de winter te koud wordt, verlaten ze het land weer en trekken verder naar het zuiden, of verplaatsen ze zich naar de stad, waar het warmer is. Koperwieken komen in Nederland en België alleen om te overwinteren. Broeden doen ze in het hoge noorden.
Reacties
Een reactie posten